Procedure

Wanneer een persoon van mening is dat één of meerdere van de zoekresultaten die worden weergegeven na het invoeren van de eigen naam of bijnaam als zoekterm verborgen zouden moeten worden volgens het right to  be forgotten, dan zijn er drie stappen die door deze persoon ondernomen kunnen worden. De eerste stap is altijd het melden bij de betreffende zoekmachine. Bij Google kan dit kenbaar worden gemaakt middels een online formulier. Als Google niet akkoord gaat met het verzoek, dan kan de hulp van de Autoriteit Persoonsgegevens ingeschakeld worden. Een uiterste stap is het aanspannen van een rechtszaak.

Aanvraag per formulier

Zowel Google als Bing beschikken over online formulieren die ingevuld kunnen worden om een verzoek tot verbergen van zoekresultaten te doen. Het formulier kan door de betreffende persoon zelf ingevuld worden of namens deze persoon door een ander, indien deze daarvoor wettelijk bevoegd is. Bij het formulier moet altijd een kopie gevoegd worden waaruit de identiteit van de betreffende persoon blijkt. Dit hoeft geen officieel document zoals een paspoort te zijn, zolang het de identiteit van de persoon voor wie zoekresultaten verborgen moeten worden aantoont. Daarnaast moet het land waarvan de wet de basis vormt voor het verzoek worden opgegeven. Hierbij kan er gekozen worden uit alle EU-lidstaten aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein.

Op het formulier moet vervolgens worden aangegeven om welke zoektermen en zoekresultaten het gaat. De zoekterm(en) moeten altijd de naam, bijnaam of artiestennaam van een persoon zijn. Dit kunnen ook meerdere namen zijn, bijvoorbeeld in het geval van afkortingen. Verzoeken waarbij de zoekterm iets anders is dan de naam van een persoon worden niet gehonoreerd. Daarbij moeten vervolgens de URL’s van de zoekresultaten die volgen op een zoekopdracht met die naam, en die volgens het vergeetrecht verwijderd zouden moeten worden, worden opgegeven. Voor iedere opgegeven URL moet een onderbouwing worden opgegeven die bestaat uit twee delen: 1. Hoe is de opgegeven pagina gerelateerd aan de opgegeven naam? 2. Waarom valt de inhoud van deze pagina onder het vergeetrecht?

Na digitale ondertekening wordt het verzoek door Google in behandeling genomen, dit neemt doorgaans enkele weken in beslag. In de meeste gevallen worden de ingezonden verzoeken door Google afgewezen. Dit hoeft echter niet te betekenen dat het verzoek ongefundeerd was. Het is niet duidelijk op welke manier Google de verzoeken precies behandelt, maar het is waarschijnlijk dat Google vooral in overduidelijke gevallen (zoals gepubliceerde creditcardgegevens) onmiddellijk actie onderneemt. Voor de meeste andere verzoeken waar Google zelf een afweging moet maken of het belang van privacy of het belang van vrijheid van informatie zwaarder weegt, ligt het voor de hand dat Google deze beslissing liever overlaat aan een lokale autoriteit voor de bescherming van persoonsgegevens.

Het formulier van Google kan hier worden ingevuld.

Autoriteit Persoonsgegevens

Op het moment dat er enige twijfel mogelijk is of een verzoek tot verwijdering middels het vergeetrecht gerechtvaardigd is, zal een zoekmachine als Google geneigd zijn om het verzoek af te keuren. Dit hoeft echter niet te betekenen dat het verzoek om verwijdering onredelijk was. Vanuit bedrijfstechnische overwegingen geeft Google er de voorkeur aan dat bijvoorbeeld afwegingen tussen het recht om vergeten te worden en het recht op openheid van informatie aan lokale autoriteiten worden overgelaten. In Nederland is de Autoriteit Persoonsgegevens het instituut waar men terecht kan in het geval van een afwijzing door Google. De Autoriteit Persoonsgegevens beoordeelt vervolgens het verzoek zelf, mits het binnen zes weken na de afwijzing door Google wordt doorgegeven. Indien men er vaststelt dat het zoekresultaat weldegelijk verborgen dient te worden, dan zal de Autoriteit Persoonsgegevens optreden als bemiddelaar. Bij deze bemiddeling slaagt de Autoriteit Persoonsgegevens er in verreweg de meeste gevallen in om Google te overtuigen om de zoekresultaten te verbergen. Tussen de invoering in juli 2014 en mei 2016 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens 111 verzoeken met betrekking tot het vergeetrecht ontvangen. Hiervan werden 32 verzoeken als gegrond verklaard, waarna er in 24 gevallen succesvol werd bemiddeld. Zoals uit deze cijfers blijkt is een verzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens nog steeds niet bindend voor Google. Een uiterste stap is in dat geval een rechtszaak. Er kan ook direct tot een rechtszaak worden overgaan zonder eerst bemiddeling van de Autoriteit Persoonsgegevens aan te vragen.

Een verzoek tot bemiddeling kan verstuurd worden aan de Autoriteit Persoonsgegevens, Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag. Bij het verzoek dienen kopieën van het verwijderingsverzoek en de afwijzing door de zoekmachine meegestuurd te worden.

Klik hier voor meer informatie over bemiddeling door de Nederlandse Autoriteit Persoonsgegevens.

Rechtszaak

Als Google een verwijderingsverzoek afwijst is het raadzaam om eerst nog bemiddeling aan te vragen bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Wanneer deze bemiddeling onsuccesvol is of wanneer hier niet voor wordt gekozen, dan is een rechtszaak de enige overgebleven optie. Er dient dan een schriftelijk verzoek te worden gedaan bij de (civiele) rechter op basis van artikel 46 van de Wet bescherming persoonsgegevens, om bepaalde zoekresultaten te verwijderen. Dit verzoek kan ook zonder advocaat worden gedaan. Als advies gewenst is kan eventueel het Juridisch Loket worden geraadpleegd. De uitspraak van de rechter kan er toe leiden dat Google wordt gedwongen om bepaalde zoekresultaten te verwijderen, op straffe van ofwel maximaal 20 miljoen euro ofwel tot 2% van de totale wereldwijde omzet in het voorgaande jaar, waarbij het hoogste bedrag geldt.

Resultaat

Wanneer bepaalde zoekresultaten succesvol zijn aangevochten op basis van het Europese recht om vergeten te worden, dan zullen deze zoekresultaten niet meer worden weergegeven bij zoekopdrachten met de opgegeven zoekterm. Dit betekent dus dat de zoekresultaten nog wel kunnen verschijnen bij andere zoektermen. Bovendien is Google volgens het Europese vergeetrecht alleen verplicht om de resultaten te verbergen op de Google domeinen van Europese lidstaten aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein. Daarnaast zullen ook de zoekresultaten worden verborgen op het .com domein voor zoekopdrachten afkomstig uit bovengenoemde landen. Een zoekopdracht op het .com domein vanuit een land buiten Europa zal nog steeds de betreffende zoekresultaten weergeven. De Franse Autoriteit Persoonsgegevens is overigens in een strijd verwikkeld met Google om verzoeken op basis van het vergeetrecht wereldwijd door Google in te laten voeren. Dikwijls staat onderaan een pagina met zoekresultaten een melding dat er voor die zoekopdracht resultaten worden verborgen. Deze melding zou, mits deze alleen wordt weergegeven bij zoekresultaten voor zoektermen waarbij een right to be forgotten verzoek is ingewilligd, alsnog kunnen leiden tot een negatieve invloed op de reputatie. De melding wordt echter ook vaak weergegeven onder zoekresultaten waarbij een dergelijk verzoek nooit is gedaan, zodat deze melding niet eenduidig tot gevolg van een verwijderingsverzoek te herleiden is.

Als de webmaster van de website waarvan één of meerdere pagina’s voor een bepaalde zoekopdracht worden verborgen gebruik maakt van Google Search Console, dan ontvangt deze een bericht van Google. Hierin staat vermeld dat één of meerdere pagina’s voor een bepaalde zoekopdracht niet meer worden weergegeven. Welke pagina’s en welke zoekopdracht dit betreft wordt echter niet genoemd.