Recht om vergeten te worden

Sinds het Hof van Justitie van de Europese Unie zoekmachines als Google verplichte om tegemoet te komen aan het recht om vergeten te worden, ontvangt Google een gestage stroom verzoeken om URL’s te verwijderen uit de zoekresultaten. In mei 2014 bepaalde het Hof dat gegevens die aantoonbaar irrelevant, niet langer relevant, onjuist of bovenmatig zijn, afgeschermd dienen te worden bij een zoekopdracht naar de naam van de indiener, als dit zoekopdracht naar een Europese burger betreft vanuit een EU-land. Lees hier meer over de totstandkoming van het recht om vergeten te worden. Tussen het moment van de uitspraak en nu (oktober 2018) kwamen honderdduizenden verzoeken binnen vanuit Europese landen, waarvan enkele tienduizenden uit Nederland.

Verzoeken en URL’s

Uit het transparantierapport van Google met de titel Verwijderingen uit de zoekresultaten in het kader van de Europese privacywetgeving, blijkt dat vanuit heel Europa 735.803 verzoeken om URL’s te verwijderen zijn ingediend. In totaal wilden de indieners 2.805.520 URL’s verwijderd zien. Vanuit Nederland kwamen 41.062 verzoeken, voor 155.145 URL’s. Hiermee nemen Nederlanders 5,5 procent van deze URL’s voor hun rekening, in een poging hun recht om vergeten te worden uit te oefenen.

In totaal besloot Google 44,0 procent van de URL’s te verwijderen op basis van het recht om vergeten te worden. De resterende 56,0 procent werd niet verwijderd. Nederland scoort iets beter: Google blokkeerde 48,2 procent van de URL’s en slechts iets meer dan de helft bleef staan, 51,8 procent.

Contentcategorieën

Het grootste gedeelte van de content die indieners vanuit heel Europa in het kader van het recht om vergeten te worden verwijderd wilden hebben, had betrekking op werkgegevens. 17,9 procent bevatte ongewild “het werkadres van een aanvrager, contactgegevens of algemene informatie over diens zakelijke activiteiten”. Daarna volgen met 13,5 procent zoekresultaten die de naam van de indiener op de pagina zelf niet vermelden, maar die opduiken doordat bijvoorbeeld de naam in de URL staat. 7,2 procent ging over content die door de indiener (deels) zelf is geschreven. In 6,2 van de gevallen hield de content verband met misdaden en was de indiener hierbij betrokken als dader, getuige of slachtoffer. 6,0 procent had betrekking op de vermelding van professionele overtredingen en 5,6 procent op niet-gevoelige persoonlijke informatie als contactgegevens of afbeeldingen. De resterende 43,6 procent viel buiten deze categorieën of was door een gebrekkig verzoek niet met zekerheid in te delen.

Wat opvalt is dat de gegevens die beperkt zijn tot de Nederlandse beroepen op het recht om vergeten te worden incompleet lijken te zijn. Zo zijn de categorieën misdaad, professionele overtredingen en persoonlijke informatie geheel afwezig, hoewel het zeer onwaarschijnlijk is dat hierover in Nederland geen verzoeken zijn ingediend. Wel is te zien dat 17,1 procent van de ongewenste content betrekking had op zoekresultaten waarin de naam van de indiener niet voorkomt, 15,4 op werkgegevens en 10,8 op (deels) zelfgeschreven informatie. Maar liefst 56,7 procent viel buiten de getoonde categorieën of was niet in te delen. Ook gaan de gegevens over de contentcategorieën niet terug tot mei 2014, maar is de vroegste begindatum 20 januari 2016.

Toekomstige toename

Bovengenoemde cijfers hebben slechts betrekking op zoekopdrachten vanuit Europa. Op dit moment ligt echter een zaak van de Franse autoriteit persoonsgegevens, de CNIL, bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. De Fransen eisen dat Google verwijderde zoekresultaten niet alleen niet meer toont bij een zoekopdracht op naam vanuit een EU-land, maar ook als de zoekopdracht van buiten Europa komt. Google weigert hier tot nu toe aan toe te geven, omdat het vreest dat minder vrije staten zo hun wil aan de rest van de wereld kunnen opleggen. Ook is Google principieel tegen een wereldwijd vergeetrecht. Landen zouden namelijk geen zeggenschap mogen hebben over wat in een ander, niet-gerelateerd land getoond mag worden.

Mocht het Europese Hof van Justitie een wereldwijd vergeetrecht toekennen, dan zal daar ongetwijfeld een levendig debat over ontstaan. Naar verwachting doet het Hof in 2019 uitspraak. Lees hier hoe het recht om vergeten te worden op dit moment in internationale wetgeving is vastgelegd.