Kernbegrippen

Het vergeetrecht is vastgelegd in zowel nationale als Europese wetten en wordt door lokale autoriteiten gehandhaafd. Er zijn twee voorname punten die bij de toepassing van het vergeetrecht worden getoetst; ten eerste is het vergeetrecht alleen van toepassing op ‘data controllers’, ten tweede moet voor ieder geval afzonderlijk worden vastgesteld of het recht op privacy of het recht op vrijheid van meningsuiting en vrije informatie zwaarder weegt.

Wat is een ‘data controller’?

De regels omtrent het recht om vergeten te worden zijn van toepassing op ‘data controllers’, dit zijn alle bedrijven of instellingen die persoonsgegevens verzamelen en verwerken en daarbij beslissen wat zij met de verwerkte gegevens doen. In de praktijk wordt het right to be forgotten met name gelinkt aan zoekmachines, waarvan Google in Europa een dominante positie inneemt. Ten tijde van de Costeja-rechtszaak was een belangrijke afweging of een zoekmachine een data controller is. De rechtbank oordeelde uiteindelijk dat Google (en daarmee de meeste andere zoekmachines) als data controller beschouwd konden worden. Ten eerste, zo stelde de rechtbank, verzamelt Google systematisch en constant data, waaronder persoonsgegevens. Daarnaast is Google een verwerker van persoonsgegevens vanwege het ophalen, opslaan, organiseren, bewaren, openstellen en beschikbaar maken van deze gegevens. Tot slot stelde de rechtbank dat Google daarbij de controle heeft over het doel van het verwerken en de manier waarop dat gebeurd. Alles bij elkaar leidt ertoe dat Google, en alle zoekmachines die werken volgens vergelijkbare principes, als data controller beschouwd kunnen worden. Daarmee is het vergeetrecht van toepassing op deze zoekmachines en dienen zij zich aan deze regels te houden.

Privé vs. publiek belang

Een belangrijk probleem bij het vastleggen van het right to be forgotten is het op elkaar afstemmen van twee artikelen uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Men heeft namelijk zowel recht op privacy (artikel 8) als op vrijheid van informatie (artikel 10). In het vergeetrecht is bepaald dat de afweging welk artikel zwaarder weegt per situatie beoordeeld moet worden. Indien er geen sprake is van informatie die van publiek belang is, dan geldt het persoonlijke vergeetrecht van het individu van wie de persoonsgegevens zijn zwaarder. Maar wanneer dit individu een publieke functie bekleedt, dan is er wel sprake van een publiek belang en in die situatie krijgt het recht op vrijheid van informatie de voorkeur. Kort gezegd is het eenvoudiger voor een loodgieter om zich te beroepen op het recht om vergeten te worden dan voor een politicus. Het proces om vast te stellen of iemand een publiek figuur is of een publieke functie bekleedt is niet eenduidig. Simpel gezegd kan iemand als publiek figuur worden bestempeld als hij of zij vanuit werk of toewijding een bepaalde mate van media aandacht krijgt. Bij het verwijderen van informatie over iemand met een publieke functie dient men zich af te vragen of deze informatie van belang is voor het juist en geïnformeerd kunnen handelen van personen in de samenleving, zowel privé als professioneel. Er zal per aanvraag moeten worden beoordeeld of de aanvrager een publiek figuur is of een publieke functie bekleedt. Daarbij wordt wel altijd een onderscheid gemaakt tussen absolute privé-informatie (zoals gezondheidsgegevens) en andere soorten persoonsgegevens.